Verstedelijkt landschap

De complexiteit van het groeiende stedelijke landschap valt niet per definitie samen met efficiëntie. Zelfs in Nederland waarvan beweerd wordt dat elke vierkante meter ontworpen en bedacht is, ontstaan ‘tussengebieden’. Plekken en ruimtes die onder invloed van de landhonger wel ingelijfd zijn voor een bepaald landgebruik (bv. stedelijk gebied, infrastructuur) maar niet werkelijk door die functie worden benut. Denk bijvoorbeeld aan de tussenruimtes en zones zoals stadsranden, en in en rondom grote infrastructurele knooppunten.

Het verschijnsel ‘(sub)urbansprawl’, zoals dat in de Verenigde Staten en diverse opkomende Aziatische economieën zichtbaar is, is hiervan een extreem voorbeeld. Kenmerkend voor de ‘sprawl’ is de enorme ruimteconsumptie in relatie tot een relatief lage bebouwingsdichtheid. Dit betekent dat veel van het landschap wordt beïnvloed door een verstedelijkingsbeweging terwijl het feitelijke landgebruik slechts een marginaal deel van die geclaimde ruimte beslaat.

Met name vanaf de tweede helft van de vorige eeuw wordt verstedelijking gekarakteriseerd door uniformisering, zoals onze Vinex-wijken. Hierdoor werden gebieden minder verschillend van elkaar en werden lokale landschappelijke karakteristieken minder zichtbaar. De eerder genoemde ‘tussengebieden’ die ontstaan door oprukkende verstedelijking zijn als het ware een meegroeiend bijproduct. De niet bebouwde ruimte – dat wat wordt bedoeld met ‘non urban’ – kunnen we zien als de droesem van de landhonger in een verstedelijkt landschap.

Vinex-wijk in aanbouw, Den Haag.

Vinex-wijk in aanbouw, Den Haag.