Urbaan of niet-urbaan 

Op basis van het voorafgaande zou je kunnen stellen dat wat in de ruimtelijke planning als ‘landelijk’ of non urban wordt aangeduid, lang niet altijd meer een waardige tegenpool van ‘stedelijk’ (urban) is. Het stedelijk netwerk van infrastructuur en bebouwing heeft inmiddels zo’n grootte en dimensie aangenomen dat er gesproken moet worden van een patroon dat zich mondiaal voordoet. Hoewel onze economie zich momenteel in recessie bevindt, groeien Aziatische steden explosief en worden zelfs nieuwe steden gesticht.

In het mondiale economische landschap zijn verbindingen (fysiek, digitaal, etc.) wezenlijker dan ooit. Niet alleen voor de wereldhandel en het vervoer van goederen is connectie belangrijk, ook voor de uitwisseling van kennis wordt er continu geïnvesteerd in allerlei infrastructuren. Daarnaast is de maatschappelijke betekenis van social media sinds een aantal jaren ongekend toegenomen. Via Facebook, Twitter en Whatsapp staan we in continue verbinding met anderen over de hele wereld. Het maakt dat relatieve afstanden op mondiale schaal bijna verdwenen zijn. De afstand New York – London – Diepenheim is geen 6000 kilometer meer, maar slechts een nanoseconde.

Nu verbindingen dus zo wezenlijk zijn voor ons dagelijks bestaan, leven we niet zozeer meer in afzonderlijke steden en dorpen, maar meer in een netwerk. Dit netwerk is een landschap op zich, een patroon van door (infra)structuren verbonden steden. Op mondiale schaal een stad, met megabuurten en dito wijken. Nederland, Europa, de Verenigde Staten, China – of beter: de hele wereld is een metropolitaan landschap. Een geheel van wereldsteden met daaraan verbonden satellietsteden.

Bij 'De Boomtuin' van Jeroen Kooijmans vormt een wenteltrap de verbinding tussen het land beneden op de grond en een nieuw stuk land boven in een oude eik.

Bij ‘De Boomtuin’ van Jeroen Kooijmans vormt een wenteltrap de verbinding tussen het land beneden op de grond en een nieuw stuk land boven in een oude eik.