Tuinen

Naast het feit dat we steeds betere huizen, wegen en voorzieningen realiseren, is er een ander wezenlijk element binnen onze landhonger. Dat we blijven verstedelijken weerhoudt ons er niet van ons domein, binnen de standaardisatie van bijvoorbeeld de suburbane Vinexwijk, stevig te blijven afbakenen. We bouwden niet alleen de eengezinswoning, maar we maakten er massaal tuinen bij. Het liefst afgebakend met een schutting, soms met een ontwerp ingericht, soms volledig ‘versteend’.

Het verschijnsel ‘tuin’ is al stokoud maar lijkt binnen het metropolitane landschap heel expliciet naar de essentie ervan terug te wijzen. Binnen de bovenmenselijke schaal van het metropolitane netwerk zijn we continu op zoek naar gelegenheden en manieren om ons leven de kleur te geven die we zelf voorstellen. We zoeken naar eigenheid. Dat is zichtbaar aan de manier waarop we ons kleden, ons interieur inrichten en ook aan de manier hoe we omgaan met ons eigen stukje metropolitane landschap. De ruimtelijke claim die we leggen binnen het metropolitane landschap is interessant omdat deze vaak expressief aanwezig is. De Amerikanen staan bekend om hun perfect gemaaide ‘lawns’ met witte hekjes en de Nederlanders om hun keurige boerentuinen of schuttingen en ligusterhagen. De landhonger zit ons in het bloed en daar hoort het afbakenen van een eigen plek bij. De tuin is dan ook niet de eerder genoemde droesem maar is een wezenlijk onderdeel van onze geclaimde ruimte. Een robuust stukje heiligdom binnen de metropolitane context.