Ons heiligdom 

Binnen het metropolitane netwerk heeft de tuin betekenis in bijvoorbeeld ecologische zin (vergroening, functioneren als steppingstone en habitat voor flora/fauna) en op het gebied van microklimaat (schonere lucht, schaduw). Die betekenissen lijken echter triviaal als men kijkt naar de gelaagde betekenis van de metropolitane tuin voor zijn maker en gebruiker. De tuin is een stukje eigen land, waar we in principe kunnen doen en laten wat we willen, mensen kunnen weren of toelaten en vooral inrichten zoals we dat zelf zien.

Binnen het metropolitane landschap is de tuin een bijzonder object. In de door economie aangewakkerde doorrazende orkaan vormt de tuin het windstille oog, een exclusie en tegenpool. Binnen de waan van de dag en de snelheid van de 24-uurs-economie zoeken we naar vertraging en luwte om even tot onszelf te komen. Weg van de kakofonie van impulsen, beelden en geluiden. De tuin vormt hiervoor een uitgelezen toevluchtsoord. Het is een laagdynamische plek binnen het hoogdynamische metropolitane netwerk. De tuin wordt daarmee de expressie van de behoefte aan een soort ‘langzaamheid’ in ons gejaagde leven.