Het concept ‘tuin’

 De vier werken zijn zo divers dat ze de pluriformiteit en complexiteit van ons hedendaagse leven treffend weerspiegelen. Ze benadrukkende persoonlijkheid van de tuin en de kracht om een uitzondering te zijn binnen het metropolitane landschap. Los van de vraag hoe gestandaardiseerd en geconditioneerd dit metropolitane landschap is, het individu neemt blijvend de vrijheid om op allerlei wijzen expressie te geven aan een gevoel, fascinatie of overtuiging. De tuin is dus meer dan het klassieke streven naar een geperfectioneerde botanische wereld in het private domein. Het is de sokkel voor de hartenkreten van het individu, waarbij het botanische aspect niet absoluut het belangrijkste meer is.

Ofschoon wellicht niet elk werk voor een willekeurige toeschouwer meteen een analogie met de tuin vertoont, schuilen er achter het ruimtelijke object wel degelijk een aantal essentiële karakteristieken van een tuin in algemene zin. Het is dus de vraag of we moeten spreken van vier tuinen, of juist vier kunstwerken, pamfletten, objecten of verhalen. Als we de traditionele beschouwing van een tuin als botanisch kunststuk wat breder bezien, wordt duidelijk dat er gedeelde fundamenten tussen ‘tuin’ en deze werken zijn. Dat is daarmee ook de waarde van dit project en de kunstwerken. Het gaat niet zozeer om het creëren van vier tuinen, eerder om een aanraking van de essentie van het concept tuin.

De diversiteit die de projecten uitstralen, tonen nadrukkelijk op hoeveel wijzen het begrip ‘tuin’ geïnterpreteerd kan worden en hoe persoonlijk de interpretatie is. Elke tuin is uniek en wordt telkens opnieuw gedefinieerd. Die persoonlijke definitie gaat verder dan alleen schoonheid en smaak. Ook de wijze waarop je de tuin afbakent, hoe klein soms ook, is een eigen toenadering tot de natuur en verlangen tot dialoog. In een leefomgeving die de schaal heeft gekregen van een mondiaal metropolitaan netwerk, wordt de behoefte om uit de geconditioneerde wereld te stappen des te groter. Een verlangen om even los te komen uit de dagelijkse sleur en op zoek te gaan naar een wereld die van ‘elders’ komt. Voor dat verlangen is geen betere plek dan de tuin, een wereld in een wereld. Een plek die zich niets lijkt aan te trekken van de metropolitane omgeving, waar je je ‘reizend’ waant, iets leert, je verbergt, of je verwondert over dat wat er zich voor je ontvouwt. Een wereld waarin de relatie tussen tuin en maker belangrijker is dan tussen tuin en context. Naar de betekenis van de tuin zijn we dan ook continu op zoek, de tuin is een voortdurend experiment.

Over de tuin zal altijd geschreven worden.