Tuinen van kunstenaars

De tuinen van de kunstenaars laten zich echter niet zo snel met de landschapstuin vergelijken, hoewel de tulpen en de bloementuin nog wel als schilderachtig gezien kunnen worden. Het grote verschil is dat de vier ontwerpen een heel andere houding van de beschouwer verlangen en verwachten. Terwijl de traditionele tuinen meestal in de comfortzone verkeren: kijk naar ons en geniet, vragen deze tuinen meer van ons en wel op meerdere niveaus. Deze tuinen zijn het resultaat van een reflectie op het verschijnsel tuin überhaupt. Er is daardoor aandacht voor de (ecologische) bestaansvoorwaarden van tuinen, voor de politiek-symbolische betekenis ervan, voor de beschermende en contemplatieve functie en ten slotte voor de betekenis van het afgrenzende karakter van de tuinen. Dit betekent dat deze tuinen ons vragen stellen over zichzelf en ons daarmee laten nadenken over de betekenis van de tuin in de huidige samenleving. Deze tuinen zijn daarmee ook kennisobjecten, en in die zin resultaten van artistiek onderzoek. Dit betekent dat we als beschouwer niet alleen maar passief betrokken zijn maar ook actief aangespoord worden om mee te denken met de ontwerpen. Zijn Leemeijers tulpenvelden bijvoorbeeld alleen maar een stilistische tegenhanger van de geometrische tulpenvelden in Noord-Holland (een verlate strijd tussen Van Gogh en Mondriaan)? Daarmee doe je de betoverende, waaierende velden tekort. Het is ook een uitspraak over de (politieke) orde in en van onze wereld. Het is een hernieuwde plaatsbepaling van de mens. Is de tuin daarmee vooral een symbool geworden? Ook daar doe je deze tuin mee tekort. Deze tuin is het allemaal tegelijkertijd en het is aan de beschouwer hierin actief te participeren. Hiermee voldoen deze tuinen tegelijkertijd aan de oorspronkelijke betekenis van het begrip esthetiek, dat letterlijk waarneming betekent en gekoppeld is aan zintuiglijke kennis.