Performatieve kunst

Deze tuin en ook de andere ontwerpen kunnen we daarom wellicht beter in relatie brengen met de performatieve kunsten, met de theater- en danswereld waarin het daarin ontwikkelde begrip ‘performativiteit’ een belangrijke rol speelt en de betrokkenheid van de beschouwer-bezoeker centraal staat. Hedendaags theater en dans zien deze steeds minder als een passieve kijker maar juist als participant. Hij/zij doet mee en bepaalt mede de uitkomst van de voorstelling die daardoor uniek is en niet herhaalbaar. In de beeldende kunst zien we dat ook, zoals Claire Bishop heeft duidelijk gemaakt. Zij stelt dat vanaf de jaren negentig de kunstenaar steeds minder als een individuele producent gezien wordt van afzonderlijke objecten maar eerder als een collega en producent van situaties. Het kunstwerk als een eindig, draagbaar en als handelswaar om te zetten product wordt nu geherdefinieerd als een voortgaand project of langetermijnproject dat een onduidelijk begin en dito einde heeft, terwijl het publiek dat eerst als een ‘kijker’ of ‘beschouwer’ werd gezien nu geherdefinieerd is als coproducent of participant. Deze tuinen zijn of creëren inderdaad eerder situaties, waarin voortdurend beweging zit. Niets blijft hetzelfde. Zowel menselijke als niet-menselijke actoren, de levende en dode natuur, participeren in gelijke mate in de tuinen, wat betekent dat de relatie tussen natuur en cultuur niet stabiel is maar telkens weer geproduceerd wordt, telkens wanneer we een tuin betreden.

Het performatieve element is in alle tuinen van de vier kunstenaars op een verschillende manier en sterkte aanwezig, omdat ze niet alleen maar een passieve beleving activeren maar de beschouwer altijd aanzetten om onze eigen plek op de wereld te situeren of, zoals Peter Sloterdijk de beroemde regel van de dichter Rilke onlangs in herinnering bracht: je moet je leven veranderen. In deze tuinen is die potentie in hoge mate aanwezig. Tuinen zijn niet langer om alleen bij stil te staan.