De tuin als situatie

Geen enkel artistiek onderzoek heeft dus geleid tot het ontwerp van een tuin in de klassieke zin: een afgeperkt gebied dat varieert met verschillendsoortige vegetatie in een bepaald patroon. Dat betekent waarschijnlijk ook dat de traditionele referentiekaders voor het kwalificeren van tuinen als de schilderkunst, de poëzie en de architectuur niet meer helemaal opgaan. Vragen als welke kleurbeelden roept zij op, tot welke gedachten en gevoelens zet zij aan, hoe is de ruimte georganiseerd en voor wie is deze ingericht lijken niet of in ieder geval minder van toepassing. Zo’n tuin zien we in het boek The Non Urban Garden. Tuinen van de 21e eeuw wel opdoemen bij Piet Oudolf die in het interview duidelijk vanuit een ambachtelijk-esthetisch perspectief kijkt en ontwerpt, bijna schilderkunstig. Zijn tuinen zijn fraaie variaties op een twee eeuwen oud thema: de publieke tuin als landschapstuin. Het zijn tuinen waar men in vertoeft en waarin gedwaald kan worden. Belangrijk element dat hij aan het repertoire toevoegde is de rol van de dood van de vegetatie. De vitaliteit van de natuur kent haar doodse momenten en die kun je ook gebruiken. Dit herkennen we uit de schilderkunst waarin sinds de romantiek de dood een steeds belangrijker motief werd.

Boek 'The Non Urban Garden. Tuinen van de 21e eeuw'.

Boek ‘The Non Urban Garden. Tuinen van de 21e eeuw’.